Stadsdichter Nijmegen 2015-2016


img-20170131-wa0007Op 31 januari 2017 heb ik twee mooie, enerverende jaren als stadsdichter van Nijmegen afgesloten tijdens het Poëziefeest in Bibliotheek de Mariënburg, waar ik samen met burgemeester Bruls het prachtige schilderij van Mireille Ligterink mocht onthullen dat in de bieb komt te hangen naast de vijf voorgaande stadsdichters.

Ik wens de nieuwe stadsdichter Amal Karam veel plezier en succes de komende twee jaar!

 

 

 

 

 

Ook dit jaar (2016) verscheen er weer een stadsdichtersbundel, een bloemlezing met werk van Nederlandse en Vlaamse stadsdichters ter gelegenheid van de 12e Nationale Stadsdichtersdag in Lelystad in 2016. Mijn gedichten ‘Bezoekers’, ‘Belofte in rood’ en ‘Uitgevlogen’ zijn erin opgenomen.

20160919_085820

20160919_085905

 

 

 

 

 

 

 

 

Stadsgedicht 20 |
Roem en blaren

20160718_083348 (1)

 

 

 

 

 

 

 

 

* Ter ere van de 100e Vierdaagse schreef ik Roem en blaren. Voorgelezen tijdens de Walkshow, de dagelijkse talkshow van De Gelderlander, gepubliceerd in De Gelderlander op maandag 18 juli 2016  en op het Liber Amicorum van de Stichting Vierdaagse.

 

Stadsgedicht 19 |
Oude grond

20160328_160957-1

 

 

 

 

 

 

 

 

*Stadsgedicht ter ere van de opening van het Rivierpark Nijmegen/
Stadseiland Veur Lent, op Tweede Paasdag 2016 (28 maart).

 

Stadsgedicht 18 |
Uitgevlogen

20160328_155250

 

 

 

 

 

 

 

 

*Bibliotheek Gelderland Zuid vierde op 28 maart 2016 haar 100-jarige bestaan.
Mijn stadsgedicht Uitgevlogen kreeg een mooi plekje op het notitieboekje dat speciaal voor deze feestdag was gemaakt én in het mooie jubileumboek dat ter ere van deze bijzondere verjaardag verscheen.

 

Stadsgedicht 17 |
Met distantie heeft dat niets te maken

20160320_091516-1

 

 

 

 

 

 

 

 

*Op 19 maart vond in De Vereeniging de tiende editie van het Nijmeegs Boekenfeest plaats, dat voor één keer was omgedoopt tot Boekenbal voor Lezers en daarmee de landelijke afsluiter vormde van de Boekenweek. Traditiegetrouw opent de stadsdichter het feest met een speciaal voor het thema geschreven gedicht. Dit jaar was dat Duitsland.

 

Stadsgedicht 16 |
Bezoekers

Iemand moet hebben gezegd: hic locus est.
Hier bouwen we met blote handen
van stenen een stad, hier zijn we met velen.

Er is een uitzicht en een rivier, hier
planten wij de godenpijler, zingen ons los
van wat ons scheidt. Hier stichten we een verleden.

En tegen alles wat ons bedreigt: het water,
de ander, de eeuwen, bouwen we een vesting
met een toren – wanen ons veilig boven al.

Nu graven we de toekomst uit en vinden in gelaagde
grond onszelf terug, wat we deden, wie we waren,
nog steeds zijn: mensen met een geschiedenis

aan beide kanten van de tijd. Zie hoe alles samen-
loopt, hier op deze plek. Deel te zijn van deze stroom,
van dit geheel. Bezoekers zijn we, voor even.

 

De Gelderlander 12 -1-2016 001


*Stadsgedicht geschreven ter gelegenheid van de bouw van
De Bastei, centrum voor natuur en cultuurhistorie, op 12 januari 2016 gepubliceerd in de bijlage Hart&Ziel van o.a. De Gelderlander

 

 

 

 

Stadsgedicht 15 |
hotspot

je kunt met lettervermicelli uit de soep
vertellen hoe hier op romeinse resten
een stiefselkeet uit as herrees

hoe een fabriek de wijk nam en alles veranderde
aan de lopende band; de ketels verdampten
net als de jongens en meiden met witte mutsjes

hoe achter deze muren nieuwe mensen nu
de handen uit de mouwen steken, hoe het bruist
in dit complex van dromen en bedrijvigheid

je kunt, als deze woorden straks gesloopt zijn
en hier een toekomst huizenhoog verrijst, steeds
opnieuw de verhalen niet verloren laten gaan

 

*20151117_154504_resized (1)Op 27 november 2015 is het 6 meter hoge gedicht Hotspot, dat het verleden, heden en de toekomst van de Honig verbindt, feestelijk onthuld op een silo op het terrein. De toffe belettering is van Remco Visser, de illustratie van Doesjka Bramlage. 

 

 

 

 

 

 

Stadsgedicht 14 |
Dwaalgast

De lijnen rond je mond vertellen zoveel
meer dan jij verzwijgen wilt. Jouw handen
spreken verre talen, op elke vingertop
een triest verhaal. In je kasboek bewaar je
de rode woorden angst en brand, het hop-galop
hoogtij van rondgrijpend koudvuur lees ik
in de witregels van je blik.

elke vrijheid kent zijn oorlog
elke oorlog zijn geschiedenis
elke geschiedenis zijn herhaling

Ik zal opnieuw beginnen.

elke herhaling kent zijn geschiedenis
elke geschiedenis zijn oorlog
elke oorlog zijn vrijheid

Je komt over water, het ruisen
van zoute adem nog in de schelpen
van je oor. Je komt over land
volgt het spoor met velen naar hier,
het onverklaarbare schouwspel van je leven
en je verfrommelde god in een kapotte plastic tas.

Wat ik zou willen als ik in jouw schoenen stond
een dak, een bed, een nieuwe taal, het woord
voor een uitgestrekte hand waarop de vogel
zachtjes koerend landen mag.

*Voorgedragen in het Huis van Compassie op 27 september tijdens de ontmoetingsmiddag in het kader van de Vredesweek 2015.

 

Stadsgedicht 13 |
belofte in rood

je spreekt nog met de tongval van je moeder
de gebaren van je vader, maar in de spiegel kijkt een vreemd
vertrouwd gezicht je aan

je boeken vol verse kennis staan op de pof met rechte rug
in een kamer die jouw geur nog niet draagt
je kent al drie recepten, waaronder eentje voor kater

morgen, denk je, morgen gaat het echt beginnen
voorlopig is een bachelor gewoon een vrijgezel

in het onbegrepen uur van schuim en as
en alle dingen die de nacht laat zingen

is de stad groot genoeg voor al jouw toekomstdromen
klein genoeg om de weg naar huis te vinden op de tast

*16-23 augustus 2015: introductie van de eerstejaars aan de universiteit.
 Belofte in rood is ook online te lezen op VOX , het magazine van de RU.

 

Stadsgedicht 12 |
Kleine handleiding voor de moderne pelgrim

Walk of Wisdom 001

 

 

 

 

 

 

*Op 21 juni werd in een overvolle Stevenskerk de openingsceremonie gehouden van de
Walk of Wisdom, een moderne, niet-religieuze pelgrimsroute van 136 kilometer rondom Nijmegen. O.a. Burgemeester Bruls, schrijfster Désanne van Brederode en oud-politicus Jan Terlouw hielden vlammende betogen, er was muziek (waaronder een speciaal pelgrimslied) en dans, en als stadsdichter mocht ik vanaf de kansel mijn
Kleine handleiding voor de moderne pelgrim voordragen.
Het pelgrimsicoon is ontworpen door Huub en Adelheid Kortekaas, de aquarel is van Marijke Dijkstra. Met dank aan Dennis Gaens en Jos Lenkens van De Wintertuin voor het ontwerp van de kaart.

 

Stadsgedicht 11 |
Wat we achterlaten

IMG_5399

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat we achterlaten

Ik zie je nog fietsen op de dijk die de rivier
in al zijn traagheid volgde, rammelend kratje
hop achterop, peuk in je mond. Hier zaten
we tussen nieuwsgierige koeien en vlaaien
op wit zand zo verrassend dicht bij de stad.

Skinny met de brutale billen, je naam zat als gegoten
rond je lenige lichaam toen je tot aan de knieën
in het water stond, je jointje een toorts
terwijl je een of andere filosoof citeerde en ik
de weergoden op mijn gitaar gunstig stemde.

Nachtwater luistert nauw in het duister, zei je later
toen het bier op was en we de aken met grote gebaren
tot aan de steenfabriek uitzwaaiden, nachtwater onthoudt.
Ik heb ons strandje bezocht, Skinny,
alles nog net als toen: de koeien, de vlaaien, de wolken,

de Waal, alleen jij ging in het leven kopje onder. Rondom
de sporen van hen die na ons kwamen: blikjes, flessen,
vieze luiers, spiezen, peuken, plastic, vlaggetjes, een vuur
dat niet meer brandt, bikinitopje bungelend aan een tak.
Ik kijk stroomafwaarts, altijd stroomafwaarts.

*Op 1 mei 2015 las ik op een van de Waalstrandjes het stadsgedicht Wat we achterlaten, geschreven bij de opening van het nieuwe opruimseizoen van de Actie Schone Waal.

 

Groen

groen 001

 

 

 

 

 

 

*Groen (uitgebracht op een mooie poëziekaart) droeg ik voor bij de opening van het Kwartiermakersfestival, op vrijdag 1 mei 2015 op het plein voor Lux en de bibliotheek.
Het jaarlijkse festival stimuleert mensen met een beperking zich te uiten door middel van kunst, cultuur en bewegen. Op diverse podia in de bibliotheek, in Lux en op het plein waren voorstellingen te zien en rondom de kerk was er een kunstmarkt.. 

 

Stadsgedicht 10 |
Een terugkeer

Een terugkeer

Op de plek waar je vroeger lang woonde, zag ik je weer-
spiegeld in de ruit; ik strek al mijn armen naar je uit,
het huis is zo gekrompen sinds de wereld brandde.

Nieuwe mensen hebben hun intrek genomen, geen sjoege
van toen, met spullen die niet in tassen passen;
bewoners van een leven. Alles begint achteraan.

Op straat draagt een vader een kind op zijn buik,
een duif scharrelt in de perken, heeft genoeg aan zichzelf,
de kastanje ontsteekt in de zon zijn kaarsen.

En de stad maakt zich op om je te eren, een plek te geven
om weer te keren. Nu te blijven. Noemt tegen het vergeten
je naam, je klinkende naam.

*Op 26 april werden tijdens een indrukwekkende bijeenkomst op de Kitty de Wijzeplaats zeven gedenkplaten onthuld met daarop alle 449 namen van Joodse inwoners van Nijmegen die in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord.
Het gedicht Een terugkeer droeg ik voor op Dodenherdenking 4 mei op de Kitty de WIjzeplaats.

 

Stadsgedicht 9 |
Coolsville

Ze hadden de souplesse die je wel bij curlingspelers ziet,
dat makkelijke door de knieën voor iets uit de onderste la,

hun handen vonden blind de zwarte schijven die ze vloeiend
uit de hoes bevrijdden. Drie dingen tegelijk; ze wisten van flippen.

Zaterdagmiddag. Molenstraat. Kwam je binnen, werd je cool,
was je deel van het deinende geheel in die pijpenla van klank.

Je schuimde door de bakken dwars door elke stroming
op zoek naar iets om te blijven, om te blijven kijken

naar de koele dudes van Kroese die alles wisten
van muziek, van een wereld buiten de singels.

Hel ja! Je laatste cent voor de soundtrack van je jeugd.
Dozen vol vinyl op zolder. Onbetaalbaar.

 

* Zaterdag 18 april was het weer Record Store Day, met live optredens in platenzaken door het hele land. Ook in Nijmegen in de Molenstraat bij Kroese, waar ik mijn eerste LP kocht van Ricky Lee Jones, met daarop het nummer Coolsville.
Het gedicht hangt ingelijst in de winkel. 

 

Stadsgedicht 8 |
Brood en spelen

NEC kampioen 001

* NEC is kampioen!
Op vrijdag 3 april promoveerde de club van de Eerste divisie naar de Eredivisie.
De inhuldiging vond plaats op zaterdag 4 april op de Wedren.
De Gelderlander, 4 april 2015.

 

Stadsgedicht 7 |
stilleven met krukje en mandarijn

zij stond altijd een beetje naast zichzelf
te turen naar een verte die niet over wou, luisterend
naar de klanken die de ritselwind haar stuurde

op haar vaste plekje in de stad verscheen ze
goedgemutst en gevlochten alle dagen
met haar tamboerijn en gaf

klinkend antwoord op onze nooit gestelde vragen
het beste van zichzelf
zij was er wel, maar altijd onderweg

*Afgelopen donderdag 19 maart overleed Oda le Noble, in Nijmegen beter bekend als het tamboerijnvrouwtje. In weer en wind was ze te vinden op haar vaste stek bij
Plein 44. De stad is een paradijsvogel armer.

tamboerijnvrouwtje 1 001 tamboerijnvrouwtje 2 001
De Gelderlander, 24 maart 2015

 

Stadsgedicht 6 |
Tijdsverloop

Tijdsverloop 001

*Op zondag 15 maart 2015 vond de eerste Stevensloop plaats, een hardloopwedstrijd
(5 km, 10 km, halve marathon) door de Nijmeegse binnenstad, waarbij voor de langere afstanden ook stadsbrug De Oversteek in het parcours is opgenomen. Voor de start van de wedstrijd droeg ik het gedicht Tijdsverloop voor in de Stevenskerk (het goede doel van deze loop). De Gelderlander, 14 maart 2015.

 

Stadsgedicht 5 |
Kleine elegie voor een groot dichter

gedicht H.H. ter Balkt 001

*De dichter H.H. ter Balkt (1938-2015), al vele jaren woonachtig in Neerbosch-Oost in Nijmegen, overleed op 9 maart jl. Zijn oeuvre werd met meerdere prijzen onderscheiden, met de Karel de Grote-prijs (1997), de Constantijn Huygens-prijs (1998) en de P.C. Hooft-prijs (2003).  De Gelderlander, 11 maart 2015.

 

Stadsgedicht 4 |
Alleen de witte strepen van het zebrapad

poëziekaart Boekenfeest 2015 002

*Op 7 maart 2015 mocht ik het Boekenfeest in Concertgebouw De Vereeniging openen met een gedicht over de Waanzin, het thema van de Boekenweek. Van het gedicht is een poëziekaart gemaakt (met dank aan Jos Lenkens en Dennis Gaens van De Wintertuin) die de bezoekers van het feest mee konden nemen. De prachtige illustratie is van Rinske Kegel.

 

Stadsgedicht 3 |
Bij een niet genomen foto  

Ze heeft het kind te slapen gelegd,
staat bij het raam en kijkt het beeld uit.

Buiten beweegt de stad in bont palet,
binnen heerst stilleven in grijstinten.

Op tafel de krant opengeslagen, oud nieuws
onder schillen en piepers in een vergiet.

Nog brandt het vuur slechts in de kachel,
breekt enkel winterlicht door het raam

in scherven op de vloer. Hoort ze,
daarboven? Een kreet van de kleine

in zijn droomrijke sluimer, de ronkende vogels,
de klok op de schouw die steeds harder tikt.

Bijna half twee en elke god zal haar verlaten.
Ze tuimelt in een val waar geen taal meer gedijt,

waar het stil en stuurloos is.
Laat het kind hebben geslapen.

*Dit gedicht, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het bombardement op Nijmegen 
op 22 februari 1944, 13.28 uur werd tijdens de herdenkingsbijeenkomst op 22-2-15 bij
De Schommel voorgedragen.

 

Stadsgedicht 2 |
Liefdesliedje voor Nimma

Wij waren het eindpunt genaderd, maar hadden het niet gemerkt
jouw lichaam was tegen mij aan in slaap gevallen
en ik weet nog dat ik aan Doornroosje dacht
vlak voordat ook ik vertrok.

Op de spoorbrug schrik ik wakker. Geratel en een stem.
Ik versta bestemming en of we niets vergeten willen.
De Waal buigt zich als een aanzoek langs de kade,
en de stad houdt het antwoord voor zichzelf.

Iemand vouwt zijn krant tot hoed tot boot tot vogel
en vliegt op. Wij stappen uit. Slaapdronken nog
gapen we de maan in onze mond. Een late man
speelt piano op het perron. Weer thuis,

weer terug. Hoe waar dat ik je zo vaak verliet,
maar je nooit verlaten kon. Het geeft niet
dat ik een van velen ben. Het is genoeg
je kalme hart te voelen kloppen aan mijn rug.

*Liefdesliedje voor Nimma schreef ik in het kader van het thema van de Poëzieweek: ‘Met zingen is de liefde begonnen’. Ook te lezen in De Stadse Wal nr 2-’15 (een nieuw tijdschrift in een oude stad).

 

Stadsgedicht 1 |
goudvis in de waal

je ging naar het plein om de keizer te zien
het vroor, het was nacht
en je had geen plan.

je was jong en je leven was als op de rotonde:
zolang je niet afslaat
kun je nog alle kanten op.

wij bestaan uit water en tijd, zei de keizer
zijn woorden vielen als ijsblokjes
gladwit stuiterend op de grond.

je dacht aan je goudvis, die je als kind in de lente
meenam naar buiten en vergat;
nachtvorst zette hem op pauze -je was ontroostbaar

tot de zon hem ontdooide en hij weer zwom.
jaren later spoelde je vader hem door naar zijn vrienden
die op hem wachtten in zeeën van tijd

je gaat naar de brug om de waal te zien
heeft water een leeftijd, het is al zo oud;
zou het iets weten, vraag je de rivier

en de stad staat blauw van de dag aan haar kade
een aak duwt traag de ochtend voor zich uit
aan dek schudt een vrouw uit lakens haar dromen

soms denk je nog aan zijn woorden, draaiend van afslag
naar afslag op die kolkende rotonde, en vraag je je af
wat daar zo schittert, in die diepe, donkere onderstroom

*Mijn eerste stadsgedicht verscheen op 5 februari 2015 in De Gelderlander

 

Sinds 1 januari 2015 ben ik Stadsdichter van Nijmegen voor de duur van twee jaar. Ik volg daarmee Marijke Hanegraaf op die de afgelopen jaren mooie gedichten schreef over allerlei gebeurtenissen in de stad. Mijn vijf voorgangers, Marijke Hanegraaf, Dennis Gaens, Jaap Robben, Victor Vroomkoning en Merijn Hilte, hebben Nijmegen met veel verve op de poëtische kaart gezet. Ze hebben niet alleen veel prachtige gedichten geschreven, maar bedachten ook allerlei ludieke manieren om de poëzie dichter bij de Nijmeegse bevolking te brengen, één van de taken van de stadsdichter. Ze hebben hun poëzie op verrassende en originele wijze achtergelaten op verschillende plekken in de stad.

Als zesde stadsdichter zal ik in opdracht en op eigen initiatief gedichten schrijven en naar manieren zoeken om deze onder de aandacht te brengen. Ook zet ik het poëziespreekuur in de bibliotheek voort, elke 2e zaterdag van de maand tussen 11.00 en 13.00 uur (voor aanmelding graag een mail aan stadsdichter@obgz.nl) en schrijf ik gedichten voor uitvaarten van eenzaam gestorvenen die geen nabestaanden, vrienden of kennissen bij hun laatste afscheid hebben.